Onze organisatie

Statuten in het Belgisch Staatsblad

Maatschappelijke zetel

Kerkhoflaan 19
3740 Eigenbilzen
Tel.: 089/51.10.37
e-mail: contacteufom.com

Beheerraad

Voorzitter

Johan Roose
Vrunstraat 25
3550 Zolder
Tel: 011/85.18.50
e-mail: johan.rooseeufom.com

Ondervoorzitter

Peter Jonckheere
Weidestraat 234
8310 Brugge
Tel: 050/35.12.36
e-mail: peter.jonckheereeufom.com

Secretaris

Jean-Paul Beerts
Kerkhoflaan 19
3740 Eigenbilzen
Tel: 089/51.10.37
e-mail: jean-paul.beertseufom.com

Beheerraadsleden

Bruno Braeckman
Visserij 154
9000 Gent
Tel: 09/329.50.63
e-mail: bruno.braeckmaneufom.com

Herman Duchesne
Turnhoutsebaan 624
2110 Wijnegem
Tel: 03/354.49.90
e-mail: herman.duchesneeufom.com

Tom Verhaeghe
Stationsplein 59
8770 Ingelmunster
e-mail: tom.verhaegheeufom.com

Sven Linsen
Gerardus Stijnenlaan 71
2180 Ekeren
e-mail: sven.linseneufom.com

Doelstellingen EUFOM

  1. EUFOM wenst betrokkenheid in de paritaire commissies waar we onze jarenlange ervaring in acupunctuur kunnen aanbieden in de discussies met betrekking tot acupunctuur en in het bepalen van de normen van de opleiding.
  2. Het, in de toekomst, streven naar een eigen statuut en normenbepaling voor acupunctuur, los van de vroegere vooropleiding. (naar analogie van het Britse systeem)
  3. Het meewerken aan wetenschappelijk onderzoek van acupunctuur.
  4. Het verdedigen van de belangen van onze leden, maar ook het opleggen van de verplichting tot permanente bijscholing aan onze leden.
  5. Het verdedigen van acupunctuur in het toekomstige systeem van gezondheidszorg zowel nationaal als Europees. Om deze reden heeft EUFOM contacten met andere Europese beroepsfederaties.

Deontologische code

Download als PDF: Deontologische code (NL) - Code de Déontologie (FR)

1 Plichten van de beoefenaars in het algemeen
  1.1 De beoefenaar zal de principes en richtlijnen, die in deze code beschreven staan, voor ogen houden en navolgen.
  1.2 De beoefenaar moet altijd de hoogste principes in acht nemen in zijn professioneel handelen, zowel t.o.v. de patiënt als t.o.v. de maatschappij.
  1.3 De beoefenaar mag zich niet inlaten om uit motieven van winstbejag beïnvloed te worden.
  1.4

De volgende handelingen worden als onethisch beschouwd:

  • Elke advertering, behalve deze die uitdrukkelijk toegelaten wordt door deze ethische code.
  • Deel uitmaken van eender welke structuur of organisatie van medische verzorging, waarin de beoefenaar geen professionele onafhankelijkheid bezit.
  • Het ontvangen van eender welke fondsen, die in verband staan met diensten bewezen aan een patiënt, verschillend van een ereloon; of het betalen in dezelfde omstandigheden van eender welke vergoeding zonder het medeweten van de patiënt, zoals een commissie, gift of achterstallige betaling.
  1.5 De beoefenaar wordt voorzichtigheid geboden bij het publiceren van nieuwe inzichten en ontdekkingen, alsook van behandelingsmethodes, waarvan de waarde nog niet is erkend door het beroep in de brede zin.
     
2 Plichten van de beoefenaar t.o.v. de patiënt
  2.1 De beoefenaar moet steeds het belang en het behoud van het leven voor ogen houden, en dit vanaf het tijdstip van de conceptie tot aan de dood.
  2.2 Onder geen enkel voorwendsel of omstandigheid wordt aan de beoefenaar toegelaten iets te doen dat de fysische of mentale weerstand zou verzwakken van een patiënt, behalve voor strikt therapeutische of profylactische indicaties, die ingesteld werden in het belang van die patiënt.
  2.3 Voor het welzijn van de patiënt moet de beoefenaar voortdurend zijn kennis verdiepen en zijn ervaring verrijken.
  2.4 De beoefenaar is volledige loyaliteit verschuldigd aan zijn patiënt voor wat betreft de therapie in al haar facetten.
Wanneer een nodig onderzoek of behandeling buiten zijn mogelijkheden of bevoegdheid valt, moet hij onmiddellijk een andere beoefenaar aanwijzen die de noodzakelijke mogelijkheden bezit.
  2.5 Het is dus de plicht van de beoefenaar rekening te houden met de respectieve beperkingen en met de complementariteit van de Chinese en Westerse geneeskundes.
De best mogelijke samenwerking en verstandhouding met de beoefenaars van de Westerse geneeskunde moet steeds worden nagestreefd, om eventuele urgentiebehandelingen, complementaire onderzoeken of adviezen eenvoudiger te maken.
  2.6 De beoefenaar moet de noodzakelijke behandeling in nood geven, ook buiten zijn consultaties, tenzij hij ervan verzekerd is dat er een meer adequate behandeling ten gepaste tijde kan en zal gegeven worden door een ander.
  2.7 Elke patiënt heeft recht op een volledig en waardevol onderzoek en de best mogelijke behandeling.
De gegevens ervan zullen bijgehouden worden in een dossier.Deze gegevens moeten ter kennis gebracht worden van andere therapeuten die dezelfde patiënt verzorgen, op hun aanvraag of op die van de patiënt.
  2.8 De beoefenaar is aan de patiënt strikt beroepsgeheim verschuldigd aangaande alle onderwerpen die hem werden toevertrouwd of waarvan hij kennis heeft genomen doordat er een relatie werd opgebouwd tussen de patiënt en de beoefenaar.
  2.9 Om elk risico op besmetting uit te sluiten zal de beoefenaar gebruik maken van naalden voor éénmalig gebruik.
   
3 Plichten van de beoefenaars t.o.v. andere erkende collega 's
  3.1 De beoefenaar is ertoe gehouden vertrouwensrelaties te scheppen naar zijn collega 's toe.
  3.2 De beoefenaar zal de patiënten van zijn collega's niet beïnvloeden.
  3.3 De beoefenaar mag aan zijn patiënten of aan die van collega's geen wantrouwen laten blijken t.o.v. zijn collega's.
     
4 De beoefenaar en commerciële ondernemingen
  4.1 De beoefenaar is ertoe gehouden geen getuigschriften of lovende certificaten uit te schrijven - al dan niet bestemd voor publicatie - aangaande eender welke toepassing, medisch preparaat, apparaat, kleding, cosmeticum of voedsel.
  4.2 De beoefenaar mag geen oordeel uitspreken met het doel te schaden.
     
5 De beoefenaar en het brede publiek
  5.1 Het is de beoefenaar verboden eigen publiciteit te maken met andere middelen dan zijn bekwaamheid en ondervinding als beoefenaar en dan deze voorzien onder artikel 5.2. en 5.6.
  5.2 De beoefenaar mag betreffende zijn beroep of klinische praktijk geen advertentie in de pers plaatsen of eender welke kaart of rondschrijven publiek maken.
Wel toegestaan is het mededelen aan eigen patiëntenbestand en het aankondigen in een professioneel tijdschrift van: het starten van een praktijk; het veranderen van praktijkadres ; het hervatten van de praktijk; de reorganisatie van de praktijk; het overnemen van een andere praktijk; het toetreden tot of het zich terugtrekken uit een samenwerkingsverband; het vertrek van een collega uit een samenwerkingsverband.
  5.3 Bij de publicatie van enig materiaal dat handelt over gezondheid, ziekte en behandeling in de publieke geschreven pers, radio of televisie, mag de beoefenaar geen professionele titels of functies bij zijn naam laten vermelden, buiten de door EUFOM officieel erkende beroepstitel.
  5.4 De beoefenaar mag actief deelnemen aan publieke lezingen of privaat georganiseerde zittingen over onderwerpen die het beroep aangaan.
  5.5 Bij interviews met mediareporters zal steeds gestreefd worden naar de grootst mogelijke soberheid bij de voorstelling van de beoefenaar die meewerkt aan het artikel of de uitzending. Indien mogelijk zal een kopie van het te publiceren artikel ter goedkeuring voorgelegd worden. Het mag niet toegelaten worden dat uit het interview blijkt dat de beoefenaar over grotere bekwaamheden of bevoegdheden beschikt dan andere door EUFOM erkende collega's.
  5.6 De beoefenaar mag gebruik maken van naamkaarten, briefhoofding en naamplaten waar de volgende gegevens onopvallend in grootte, vorm, kleur en lettertype mogen vermeld worden: de naam; het adres; het telefoonnummer; de door de EUFOM erkende titel en geregistreerde kwalificaties; de naam en het logo van EUFOM; het registratienummer; de openingsuren van de praktijk.
De naamplaat mag enkel aangebracht worden aan de woning en aan de gebouwen waar de beoefenaar regelmatig consultaties verzekert.
De naam en het logo van EUFOM mogen enkel door de effectieve leden worden gebruikt.
     
6 Procedure bij deontologische problemen
  6.1 De vragen rond deontologische problemen worden aangebracht door de leden van de Raad van Bestuur van EUFOM. De Erkenningsraad, die ingesteld wordt door de Raad van Bestuur, zal de vragen en problemen van deontologische aard onderzoeken en daarna haar voorstellen formuleren aan de Raad van Bestuur.
     
7 Opleidingen, symposia en congressen
  7.1 Het logo en de naam van EUFOM mogen slechts na schriftelijke goedkeuring van de Raad van Bestuur gebruikt worden.
De door EUFOM erkende opleidingen en de verenigingen die aangesloten zijn bij EUFOM kunnen hiervoor de nodige aanvragen doen.

© Eufom - Alle rechten voorbehouden | Design by BlueGecko